Woordenlijst

Behorende bij het verslag over Non-Hodgkin

Beenmergpunctie
Bij een beenmergpunctie wordt merg uit het bot gehaald. Als eerst word je verdoofd en daarna steekt de arts een soort appelboortje in het bot (vaak het heupbeen of borstbeen). Daarna wordt merg opgezogen uit het bot. Doordat je het bot niet kan verdoven kan dit soms nog erg pijnlijk zijn.

Biopt
Bij een biopsie wordt met een dikke naald weefsel uit het lichaam gehaald voor onderzoek. Het stukje weefsel dat weg is gehaald noemt men een biopt.

Botscan
Bij een skelet-scintigrafie of botscan wordt een radioactieve stof in je aderen gespoten. Deze stof moet een tijd inwerken en daarna wordt er een scan gemaakt. Het apparaat bestaat uit een ronde open buis waar je langzaam doorheen wordt geschoven, terwijl het apparaat foto's van het skelet maakt. De scan zelf duurt tussen de 20 en 45 minuten.

Buff
De Buff is een soort langwerpig doekje dat je op allerlei manieren op je hoofd kunt dragen. Op mijn web-log heb ik een keer een hele fotoreportage over de Buff gemaakt.

Candida infectie
Een vaginale schimmelinfectie. De infectie wordt veroorzaakt door candidagist, een schimmel, die in de vagina leeft. Als de balans tussen bacteriën en schimmels verstoort wordt en de candidagist de overhand krijgt, heeft met last van een Candida infectie. Klachten zijn dan een brokkelige witte afscheiding en jeuk.

Contrastvloeistof
Een stof die moet worden gedronken of dat via een infuus wordt toegediend om bij bepaalde beeldvormende technieken een beter beeld te krijgen.

CT-scan
De CT-scan of Computertomografie is een onderzoek dat gebruik maakt van röntgenstralen. De patiënt ligt op een smalle tafel die door een tunnel wordt geschoven. In de tunnel zit röntgenapparatuur die vanuit alle hoeken foto's maakt. Deze "plakjes" kunnen later als driedemensionaal beeld worden bekeken.

Cyclofosfamide
De C uit de R-Chop kuur staat voor cyclofosfamide. Cyclofosfamide remt de celdeling en onderdrukt de natuurlijke afweer van het lichaam. Cyclofosfamide leidt tot groeiremming en dood van de kankercellen.
Bijwerkingen van Cyclofosfamide vlak na toediening zijn: misselijkheid, braken en een verminderde eetlust. Op langere termijn: verhoogde vatbaarheid voor infecties, haaruitval, donker kleuren van huid en nagels, blaasontsteking en vermindering of uitblijving van de menstruatie. Cyclofosfamide kan soms tot onvruchtbaarheid leidden.

Cytostatica
Medicijnen die worden gebruikt bij de behandeling van kanker. De medicijnen moeten de groei van kankercellen stoppen. De letterlijke vertaling van cytostatica is celstilstand. (cytos=cel en statis=stilstand).

Dermatoloog
Een arts die zich heeft gespecialiseerd in huidziektes.

Diazepam
Diazepam is een angstdempend middel. Daarnaast heeft het ook een slaapbevorderende en kalmerende uitwerking.

Doxorubicine
De H uit de R-Chop kuur staat voor Doxorubicine. Doxorubicine is een geneesmiddel uit de groep: anti-tumor antibiotica. Doxorubicine remt de tumorgroei door de eiwit-productie en deling van tumorcellen te blokkeren.
Doxorubicine heeft een lange lijst bijwerkingen. De bijwerking waar veel patiënten de meeste moeite mee hebben is haaruitval. Verder krijg je van de doxorubicine roodgekleurde urine. Andere bijwerkingen zijn onder andere hartfalen, slijnmvliesontstekingen, misselijkheid, braken en diarree.

Echoscopie
Een techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidsgolven. Hierdoor kunnen artsen inzicht krijgen in de grootte, de structuur en eventuele afwijkingen van organen of tumoren.

Eczeem
Een verzamelnaam voor een groot aantal verschillende huidaandoeningen die maar zeer ten dele wat met elkaar te maken hebben.

Foliumzuur
Foliumzuur, of vitamine B11, speelt een belangerijke rol bij de aanmaak van rode bloedcellen. Het wordt daarom onder andere voorgeschreven aan mensen met bloedarmoede.

Haptonomie
Letterlijk betekend haptonomie: De leer van het menselijk gevoel en gevoelsleven. Bij deze tharapie is de aanraking tussen tharapeut en patiënt een belangrijk aspect. In de therapie staat de gevoelsbeleving van de patiënt en hoe hij omgaat met zichzelf en anderen, centraal.

Hartecho
Met een hartecho wordt door middel van geluidsgolven een bewegende opname van het hart gemaakt. Tegelijkertijd wordt ook een hartfilmpje gemaakt om later te vergelijken.

Hb-waarde
Hb-waarde is de afkorting van hemoglobinewaarde. Deze waarde geeft aan hoeveel rode bloedlichaampjes er in het bloed zitten. Rode bloedlichaampjes zijn nodig bij het vervoer van zuurstof. Als er te weinig rode bloedlichaampjes in het bloed zitten heb je last van bloedarmoede.

Hematoloog
Een hematoloog is een arts die zich bezig houdt met ziektes die te maken hebben met het bloed, bloedhoudende organen en de lymfklieren. Hematologie is een specialisatie binnen de interne geneeskunde.

Hepatitis
Een ontsteking van de lever. Vaak veroorzaakt door een virusinfectie, maar kan ook worden veroorzaakt door bepaalde chemische stoffen, medicijnen en overmatig alcoholgebruik.

Infuus
Een holle naald die van buitenaf in een bloedvat wordt ingebracht. De naald is meestal gemaakt van flexibel plastic, zodat deze de binnenkant van het bloedvat zo min mogelijk beschadigt. Bron: www.serviceapotheek.nl

LVN
LVN staat voor LymfklierkankerVereniging Nederland. De LVN is een vereniging voor (ex)patiënten met lymfklierkanker en hun naasten. In 2014 is de LVN samengegaan met drie andere patiëntenorganisaties op het gebied van hematologische kanker en lymfklierkanker en stamceltransplantatie. Zij gaan samen verder onder de naam Hematon. De website is te vinden op: www.hematon.nl

Lymfestelsel
Het lymfestelsel bestaat uit vaten, klieren en weefsels dat zich in verschillende delen van ons lichaam bevindt. Het lymfestelsel speelt een rol bij onze afweer. Het beschermd ons tegen virussen, bacteriën en andere ziekteverwekkers.

Lymfklierkanker
Er zijn verschillende vormen van lymfklierkanker. Ze worden onderverdeeld in Hodgkin en Non-hodgkin lymfomen. Het Hodgkin-lymfoom werd al in 1832 ontdekt door de Engelse arts Thomas Hodgkin. Later ondekte men lymfomen die verschilden van hetgeen Thomas Hodgkin had beschreven. Deze lymfomen werden Non-Hodgkin-lymfomen genoemd.

Lymfocyt
Een lymfocyt is een type witte bloedcel die in het rode beenmerg wordt gevormd. Lymfocyten spelen een belangerijke rol in het immuunsysteem van de mens. Er zijn 3 verschillende soorten lymfocyten. T-lymfocyten, B-lymfocyten en Natural Killer Cellen.

Lymfomen
Gezwellen van het lymfestelsel

MRI-scan
MRI is de afkorting voor: Magnetic Resonance Imaging (magnetische resonantie-beeldvorming). De MRI-scan maakt door middel van magneetgolven en korte radiogolven een beeld van het inwendige van de mens. De MRI-scan is een smalle tunnel waar je in wordt geschoven. Het maken van de scan is erg lawaaierig. Je krijgt dan ook een koptelefoon op met muziek.

Neulasta
Neulasta zorgt ervoor dat er na de chemokuur weer genoeg witte bloedcellen worden aangemaakt. Deze witte bloedcellen zijn belangerijk bij het bestrijden van infecties in het lichaam. Neulasta moet in het lichaam worden geïnjecteerd.

Neuropathie
Neuropathie is een zenuwbeschadiging. Door een middel in de chemotherapie (Vincristine) worden de zenuwen aangetast. Hierdoor krijg je een doof, tintelend gevoel in je handen en voeten.

(Non-)Hodgkin stadia
Bij de vaststelling van lymfklierkanker wordt gebruik gemaakt van verschillende stadia. Hieronder een overzicht van de stadia en wat het betekend.
Stadium I: Er is één lymfkliergebied of orgaan aangedaan.
Stadium II: Er zijn twee lymfkliergebieden of twee organen aangedaan aan dezelfde kant van het middenrif.
Stadium III: Er zijn lymfkliergebieden en/of organen aangedaan boven en onder het middenrif.
Stadium IV: De ziekte is uitgebreid naar organen als de longen, de lever, het beenmerg of de huid.
a: Er zijn geen algemene ziekteverschijnselen.
b: De patiënt heeft last van koorts, gewichtsverlies of nachtzweten
Bron: LymfklierkankerVereningig Nederland

Nucleaire geneeskunde
Op de afdeling nucleaire geneeskunde wordt vooral de werking van organen onderzocht. Dit gebeurd door het toedienen van licht radioactieve stoffen. Deze stoffen kunnen worden geïnjecteerd, ingeademd, of via het eten toegediend.

Oncologisch chirurg
Een arts die een groot deel van zijn tijd patiënten met kanker behandelt. De oncologisch chirurg bekijkt of een tumor of gezwel kan worden weggesneden.

Ondansetron
Een anti-braakmiddel. Het middel gaat de misselijkheid en het overgeven tegen dat kan ontstaan door het toedienen van de chemo.

Orthopeed
Een arts die alles weet op het gebied van botten, spieren en gewrichten.

PET-scan
De PET-scan, ook wel Positron Emissie Tomografie genoemd, geeft informatie over het functioneren van bepaalde organen. Het toestel detecteert kleine hoeveelheden radioactieve stof, die van tevoren is toegediend. In het lichaam heeft deze stof zich verzameld op plaatsen waar veel stofwisseling plaatsvindt. De PET-scan toont ons zo beelden van mogelijk aanwezig tumorweefsel. Bron: www.umcutrecht.nl.

Prednisolon
De P uit de R-Chop kuur staat voor Prednisolon. Prednisolon is een bijnierschorshormoon en remt ontstekingen en overgevoeligheidsreacties. Prednisolon is eigenlijk een middel dat ervoor zorgt dat je je tijdens de chemo-therapie iets beter voelt. Verbeterd de eetlust, verminderd vermoeidheid en misselijkheid ontstaan door cytostatica.Bijwerkingen zijn onder andere: maag/darm klachten en stemmingswisselingen.

Premedicatie
Medicijnen die worden toegediend vóór een behandeling. Deze medicijnen zijn vaak gericht op het voorkomen van bijwerkingen.

Punctie
Bij een punctie worden uit een tumor of zwelling cellen opgezogen door een dunne naald. Deze kunnen door de arts worden bekeken om te bepalen uit wat voor cellen de tumor of zwelling bestaat.

Radioloog
Een arts die onderzoek doet en diagnoses stelt door middel van beelden. Bijvoorbeeld door een MRI-scan of echoscopie.

R-Chop
R-Chop zijn de letters van de medicijnen die in de chemo-therapie zitten.
R= Rituximab of MabThera
C= Cyclofosfamide
H= Doxorubicine
O= Vincristine
P= Prednisolon
De Prednisolon wordt in de vorm van tabletten geslikt gedurende vijf dagen, te beginnen op de eerste dag van de kuur. De rest van de kuur wordt via het infuus gegeven.

Remissie
Tijdelijke vermindering of verdwijning van de ziekteverschijnselen

Rituximab
De R uit de R-Chop kuur staat voor Rituximab. Rituximab is geen cytostatica maar een antistof. Rituximab is een eiwit dat zich bindt aan bepaalde eiwitten op b-lymfocyten, waardoor de groei van deze cellen wordt geremd. Zodra Rituximab zich heeft gebonden aan de eiwitten herkend het eigen afweersysteem de abnormaal delende cellen en zal die aanvallen en vernietigen. (bron: patiëntenfolder van de fabrikant)
Rituximab wordt toegediend via het infuus. Vanwege de bijwerkingen die kunnen ontstaan wordt er langzaam begonnen met het toedienen van het middel. Als alles goed verloopt wordt de inloopsnelheid verhoogd.
Bijwerkingen die kunnen ontstaan zijn ademhalingsmoeilijkheden, koorts, rillingen, uitslag en bloeddrukverlaging.

Tavegil
Een middeltje om allergische reacties op de chemo tegen gegaan. Wordt meestal via het infuus toegediend. Natuurlijk heeft ook dit medicijn weer bijwerkingen. Een bijwerking waar ik veel last van heb gehad is sufheid.

Tumor
Een goedaardig of kwaadaardig gezwel in het lichaam. Tumor is het latijnse woord voor zwelling.

Vincristine
De O uit de R-Chop kuur staat voor Vincristine. Vincristine is afkomstig van een plant uit de maagdenpalm-familie. Het bindt zich met een eiwit dat nodig is tijdens de celdeling en zet daardoor de celdeling stop.
Bijwerkingen van de Vincristine zijn onder andere: tintelingen in handen en voeten, stoornissen in het gezichtsvermogen, vermoeidheid, slaapproblemen en koorts.

Vitamine B12
Vitamine B12 maakt deel uit van het Vitamine B-complex. Vitamine B12 speelt een rol bij de vorming van gezonde rode bloedcellen en zorgt voor een goede werking van het zenuwstelsel. Ook voorkomt Vitamine B12 een bepaalde vorm van bloedarmoede. Vitamine B12 is vooral te vinden in dierlijke voedingsmiddelen zoals vlees en zuivel. Een tekort leidt uiteindelijk tot een vorm van bloedarmoede en neurologische gevolgen zoals tintelingen in de vingers, geheugenverlies en spierzwakte in de benen.